Notes

2. ‘Zo vermoeid is het oude ras, het uwe en het mijne. Straks kunnen wij rusten; duizend generaties die eindelijk kwamen aan het einde van hun plicht: één nieuwe mens. [...] Daarom zal deze geen volk meer kennen, geen zuid noch west, maar toebehoren aan allen, daar alles hem toebehoort. Van het ene land naar het andere zal hij gaan, niet wetend, dat hij oude grenzen overschreed. Over oceanen zal hij bruggen bouwen; met een onbuigzame wijsheid zal hij zich inpantseren.’ Helman, Zuid-Zuid-West, p. 107.