Notes

23. ‘Dit moesten de gastvrije Sirenen van het Avondland zijn, en het was op dat moment dat in mijn hart de kiem werd gezaaid van mijn liefde voor Apollien, in wie ik de tastbare werkelijkheid vond van die tweedimensionale wulpsheid. Ik hield van haar voordat ik haar had gezien.’ Bouazza, De voeten van Abdullah , p. 110.