Notes

12. ‘Op vreemde momenten lag ze op mijn borst, nagelstreelde ze mijn wimpers en zei: “Ik zie mezelf in je ogen.” Ik zag mijzelf in haar ogen, vervormd, vertekend, niet nietiger dan ik mij in haar bijzijn altijd voelde.’ Bouazza, De voeten van Abdullah , p. 116.